Definities
van filognostische
termen
(w): aleen beschikbaar in de Game
of Order Wiki
Zie ook de
filognostische
gids of
de gids
checklijst
(een snelle referentie plaatje voor plaatje) voor de
interrelaties tussen de termen en de definities
pagina van de
GameWiki.
Apollinische
waarden. eng:
luciditeit, rust en rationele, intellectuele onthechting.
Uitgebreid (spiritueel/vedisch): waarheid, eeuwigheid,
gelukzaligheid, schoonheid, goedheid en bewustzijn.
Eveneens geassociëerd met ordelijk en zonder te
wedijveren bestaan. Filosofisch: de samenvattende term
voor al hetgeen in wereldbeschouwing, levensleer en kunst
de kenmerken draagt van het stabiele en evenwichtige
intellect, voor al wat streeft naar orde en harmonie.
Waarden geassocieerd met de griekse god Apollo.
Tegenhanger: de dionysische waarden, het hedonistische
levensgenieten (zie Wikipedia
en een artikel).
Bede:
Een
filognostisch gebed is een mantra, ofwel een
klankvibratie ter bevrijding van de geest. De meest
primaire mantra die geldt voor iedere taal en dus ook
voor de filognosie
is de klank AUM, de oerklank die alle andere klanken
verenigt. Het basisgebed van de vedische reformatie in de
filognosie zegt: 'waarheidlievend (satya) in
mededogen (dayâ), boetvaardig (tapas)
trouw zijn in reinheid (s'auca)'. Dit is in het
Sanskriet de formulering overeenkomstig de regulerende
beginselen van het zich verenigen in de yoga
met de z.g. vidhi. Filognostisch luidt het
dan:
(zie ook:
logo,
afbeeling):
Laat vrede met de
natuurlijke orde (pax)
over de wereld heersen in respect voor de
waarheid (veritas),
alles in matiging delend met een
ieder (temperantia),
trouw aan de zaak der eenheid
(patria).
- Andere filognostische
gebeden zijn de grote verzen (groot: zowel
individueel als samen, als in stilte en hardop te
doen):
Met de ether, met de
tijd,
met elkaar zo bevrijd.
Samen zingen, luisteren, eten,
praten uitgaan, werken weten.
Goed afwegen, feiten
waarheid,
snappen kunst, als één erboven,
ken de Beste, spreek in vrijheid,
alle zes, wil ik beloven.
De
meditatie-mantra voor de ether
(uitgesproken als men yoga-oefeningen doet):
'Aum..., aarde, de
ether, de hemel;
dat vitaal dat bidden wij;
de genade van God voor iedereen;
denken zuiver in harmonie.'
En het
etensgebed, uit te spreken voordat men gezamenlijk
de maaltijd gebruikt:
"Dit lichaam dat op
zich niets weet,
de zinnen zinloos in het zweet.
De ziel overdekt door lusten het eerst,
de eetlust is dan niet beheerst.
De tong zo is van heel het lijf,
het lastigst te doen dat staat buiten kijf."
"Zo goed voor ons o Lieve heer,
gunt U dit eten telkens weer.
Zelfbeheerst dan nu deze tong bedaard,
dit eten nu door ons aanvaard.
Uw goedheid danken wij dit al,
de dank die van U twee zijn zal.
Ere Zang, ere Steeds,"
"Met de ether met de tijd,
met elkaar zo bevrijdt.
Samen zingen, luisteren, eten,
praten, uitgaan, werken, weten!"
- "Het eten van de Liefde!"
- "Cakra!"
Filognostisch hertaald
vanuit
de vedische vaishnava
versie)
Luister naar dit gebed
in MP3: Etenslied.
De vedische referentie
voor de laatste mantra is de zogenaamde Gâyatrî-mantra.
Zie verder de indiase
bhajans en de
filognostische
samenzang voor
meer verzen.
Bevrijding:
verlossing, het doel van de geestelijke oefeningen. Vaak
geassociëerd met het begrip verlichting. Terwijl
verlichting het (soms plotselinge) resultaat is van
onthechting (denk aan "een zucht van verlichting" als
iets van je afvalt) heeft bevrijding een ruimere
betekenis in de zin van ook nog komen tot een idee van
dienstbaarheid aan datgene wat de verlichting
bewerkstelligt. Waar verlichting bij gebrek aan
formulering van wat er voor de last in de plaats komt een
gevaar van psychische ontsporing in zich houdt wordt
bevrijding als een hoger doel gezien omdat ze het idee
van dienst aan het ideaal, God, de ziel, de Orde of de
gemeenschap insluit. Het begrip bevrijding heeft vooral
betrekking op het realiseren van een dienstbare relatie
op het geestelijk vlak. Op het materiële vlak
spreekt men van gehechtheid als dat niet is onderworpen
aan het geestelijk doel (b.v. t.v. kijken uit 'liefde
voor de medemens' kan een bevrijding zijn, mits men op
geestelijk gezag ook een dagje nee kan zeggen tegen die
afstandelijkheid.).
Bewustzijn:
staat van zijn; gewaar zijn van verschil. Men is op een
zekere golflengte, met een zekere tijd-modus of een
paradigma (een denkmodel) gewaar met een manier van
onderscheid maken of differentiëren die afhankelijk
is van de kennis van het zelf (identificaties), het
lichaam (relaties) en de cultuur (vertoog).
(afb.)
Filognostisch spreken we van een cultureel en een
natuurlijk bewustzijn: cultureel een relatief en
instabiel, materialistisch bewustzijn dat op basis van
materiële motieven de tijd manipuleert, en
natuurlijk een meer absoluut bewustzijn op basis van het
respect voor de in de hemel waargenomen orde van de zon,
de maan en de sterren (zie ook cakra-orde).
Men kan ook spreken van
egobewustzijn en zielbewustzijn. Egobewustzijn is een
vorm van onbewust zijn dat typisch is voor een beperkte
visie
(darshana) gebaseerd op een enkelvoudige
logica.
Het bewustzijn van de ziel
is meer filognostisch
van al de verschillende vormen van logica tezamen. Het
bewustzijn in de zin van een bewustzijn van de Absolute
Waarheid van de wetmatige natuurlijke orde kenmerkt zich
door evenwicht - het evenwicht tussen de basisvisies
(guna-avatâra's, zie ook geaardheden)
en de graden
van ervaring of
betrokkenheid
(adhikâri) - en wordt traditioneel vermeld
in combinatie met de kwaliteiten van het constant of
eeuwig zijn, en het gelukzalig zijn. Bewustzijn,
eeuwigheid en gelukzaligheid (vedisch:
sat-cit-ânanda) vormen traditioneel de drie
basiskenmerken van de ziel
(âtmâ). Het bewustzijn van het
ego
bestaat uit een beperkte vorm van logica
die valt onder een enkele dualiteit van religieus versus
wetenschappelijk denken waar men niet zonder meer de
gelukzaligheid vindt die stabiel is en natuurbewust.
Andere visies als het spirituele, politieke, filosofische
en analytische denken worden dan weerstreefd als zijnde
primitiever, zweveriger, materialistischer,
speculatiever, of zondiger en dergelijke. Het
egobewustzijn komt meer overeen met het materialistisch
bewustzijn dat we hierboven ookwel het cultureel
bewustzijn hebben genoemd. Het is een bewustzijn dat -
modern/postmodern - niet stabiel is en gekenmerkt wordt
door een psychologisch
tijdbeleven of
door de neurose
van een bewustzijnsprobleem. Het bewustzijn van de
ziel
is meer het natuurlijke bewustzijn van een zelf in
wijsheid dat ruimte biedt aan al de verschillende vormen
van logica,
causaliteit,
en intelligentie
met inbegrip van het ego
dat dan niet meer vals (ahankâra) of
materieel in de dualiteit gevangen heet te zijn. In
schema zien de twee vormen van bewustzijn er zo
uit:
Bewust
of Onbewust?

Op basis van dit schema
wordt duidelijk dat de ziel
als het bewuste
zelf van de regulerende
beginselen
(vidhi) gevonden wordt als er evenwicht (de blauwe
velden) en integratie (al de velden wit en blauw) bestaat
in de drie basiswaarden van het goddelijke van de
eeuwigheid, de gelukzaligheid en het bewustzijn. Is men
van de ziel,
dan noemt men zich bewust. Is men van het ego (de witte
velden) dan noemt men dat repressief, onbewust, vernauwd,
reductionistisch of minder bewust. De filognostische
integratie van de afzonderlijke visies vormt dan het
evenwicht, het bewuste van de volledigheid van de ziel
die in alle visies gelijkelijk aanwezig is als de stille
getuige in het hier en nu met de (in het blauw) genoemde
kenmerken. Waar het dus op aankomt in de
zelfverwerkelijking - of het in emancipatie
ontwikkelen van het bewustzijn - is de juiste vervulling
met iedere graad
of met ieder stadium van de ontwikkeling van de ervaring
te vinden met de bijbehorende basisvisie.
- Het
zelf (psychoanalytisch: het es) vindt
zijn vervulling in het onpersoonlijke van de
natuurlijke waarheid en is dan stabiel of eeuwig. In
het principe is het zelf spiritueel maar niet stabiel
en in de politiek is het zelf ook niet op zijn plaats
of van bewustzijn wat betreft de persoon.
- Het ego in cultuur gebracht als een vorm van
wetenschap of religie geeft een ik-besef dat zijn
vervulling vindt in de gelukzaligheid van het
principiële
dat de werkelijkheid van de ziel fundeert. In de
wetenschap met zijn paradigmatische strijd en
onzekerheid vindt het ego in het onpersoonlijke niet
echt de voldoening van het evenwicht en persoonlijk
opgevat wordt het ego een religie die niet direct
strookt of vrede heeft met andere ego's in dat verband
(analytisch is het dan: superego).
- De wijsheid is het best op zijn plaats in het
persoonlijke omdat het dan een bewustzijn oplevert dat
zowel bovenzinnelijk
als concreet herkenbaar in de materie zijn plaats en
zin heeft. Samen met het onpersoonlijke zelf dat
eeuwig is en het gelukzalige ik-besef dat
principieel
is, is dan het bewustzijn volkomen of filognostisch
(âtmatattva, van de liefde voor de kennis
of van de werkelijkheid van de ziel).
De wijsheid onpersoonlijk opgevat wordt een eindeloze
filosofische discussie van waarheden, feiten en
meningen die, ondanks zijn stabiliteit, steeds op zoek
is naar zijn volkomenheid en integriteit. Naar het
principe kan men met de wijsheid veel analyseren maar
is ook dan, ondanks de in de meditatie
gevonden
voldoening, de integratie ervan de vraag omdat steeds
het ego van de ene analyticus botst met de andere (de
schoolstrijd). Er is in de analyse niet zomaar respect
voor de integriteit van de kennis, ofwel voor de
persoon.
Wat betreft de
integratie van de ziel in de
filognosie is
het ook waar dat verstoken van geluk en stabiliteit de
wijsheid die men leeft al te persoonlijk is; dat
verstoken van bewustzijn en stabiliteit de gelukzaligheid
van een principieel ego is dat niet verder komt dan de
morele les; en dat zonder het bewustzijn van de persoon
en de gelukzaligheid van het principe de stabiliteit
onpersoonlijk en in feite een volkomen droog, materieel
zinledig zelf is. Zo wordt duidelijk dat er met de visies
in combinatie met de kwaliteiten van de ziel
alleen echt sprake is van een alomvattende filognostische
intelligentie
die door transcendentie
vrij is van een vervreemding die het resultaat is van
vals ego of identificatie, als de integratie van die
filognosie via de verschillende niveaus
tot stand komt middels het bestrijden van de
hypocrisie
of de
illusie van het
egoïsme van ieder van de twaalf vormen van
bewust/onbewust zijn.
Zie verder ook onder
materialisme
en veldcorruptie.
Burgerdeugden:
de regulatie van de lust, het geld, de religiositeit en
de bevrijding in het dienen van de filognostische zaak,
in samenhang met het evenwichtig zijn met de orde van de
tijd in de velden van handelen.
- De
lust: als een jong volwassene, maar ook later,
bestrijd je het gehecht zijn met regulatie, in achting
voor de orde van de tijd; het verlangen, de lust, de
seksuele gehechtheid overwin je geleidelijk aan
middels regulatie. In het vrijwillig aanvaarden van de
frustratie van de lust, heeft men zoals gezegd een
geest van boete nodig.
- Het geld:
het verlangen naar geld wordt afgeroepen door de
economie. De samenleving belast de geldverdiener en
dwingt hem ertoe zich verantwoordelijk te gedragen met
de ruilmiddelen. Geld en verantwoordelijkheid, middel
en doel, moeten gekoppeld. Geld vormt een last, een
verantwoordelijkheid welke, zoals ook Jezus dat
bevestigde, een ernstige hindernis kan vormen in je
gang naar de hemel. Dus is dit gereguleerd. In de
bijstand mag je niet meer dan zoveel bezitten, met een
eigen zaak mag je niet de belasting ontduiken en met
een salaris moet je er voor oppassen dat je hypotheek
niet te hoog uitvalt. Aldus bekommert men zich gepast
om de materiële behoeften en
verlangens.
- De
religiositeit: ook is er de religie om je op te
linken en je helpen te herinneren aan de
schriftuurlijke waarheid die je geneigd bent te
vergeten in je materiële bestaan. Hou je focus is
de boodschap in de vroege stadia van de emancipatie.
Ook het opdragen van de arbeid aan de zaak der
transcendentie vormt een belangrijke
richtlijn.
- De
bevrijding: het baatzuchtige ego kan haaks staan
op de geestelijke motivatie, en daarom is er het zich
verenigen in het werken voor het goede doel als een
vrijwilliger. Ten minste een deel van je tijd moet je
eraan besteden, alleen maar om de poort naar de hemel
open te houden en gemotiveerd te blijven terwille van
de levensvreugde die je deelt met alle levende wezens.
Maar die bevrijding houdt dus ook in het bewust
tegengaan van het tijdsysteem van geld verdienen en
conflicten hebben in politieke
tegenstellingen.
De burgerdeugden alzo,
van het reguleren van de lust, het geld, de religie en de
bevrijding, werken enkel progressief als men de
eigenlijke orde in gedachten houdt. De religie biedt de
cultuur, de traditie der heugenis, de bevrijding biedt de
oorspronkelijke orde van de natuur en de menselijkheid,
van de filognosie dus, als een keuzemogelijkheid
daarnaast, die men dan van dienst moet zijn als men ook,
dan wel uitsluitend, onbaatzuchtig zijn bijdrage wil
leveren in de samenleving. Als je dat niet doet zal je
een slachtoffer zijn van de moderne neurose met al de
psychische symptomen van een lage zelfwaardering,
onbeheerste emoties, angsten en wat al niet. Over het
algemeen is het goed om in gedachten te houden dat de
hindernissen van de cultuur (seks geld, vergeten en ego),
van de natuur (de geaardheden, het klimaat, rampen) en
als gevolg van je eigen gebrek aan discipline (je
ongeloof, je psychologie) moeten worden
overwonnen.
De regulatie in de
tijd ervan in de velden van handelen: Deze regulatie
in de tijd van de burgerdeugden, vindt, in samenhang met
de regulerende principes, plaats in de B, P, C and
S-velden van handelen.
Vrij
ondernemen
1) B
(van business - artha). De economie wordt
geregeld met het zakelijk veld dat een kwart
van je leven beslaat: zes uren werk, zes dagen van de
week, leveren praktisch gesproken een zesendertigurige
werkweek op waarvan we er achtenveertig in een jaar
hebben. De B-dagen die extra staan aangegeven op de
maankalender zijn er ter contrastering van de S-dagen
van je verenigingsleven. Op deze B-dagen kom je samen
om praktische zaken te bespreken in de zakelijke sfeer
of, als je op jezelf bent, je te verdiepen in deze of
gene praktische kwestie.
Het
privébelang
2) P
(van privé - dharma). De religiositeit
is er vervolgens als een individuele, dagelijkse
plicht om je te verzekeren van de kwaliteit van je
persoonlijke leven welke gedekt wordt met het
privéveld waarin men:
a - zorgt voor zichzelf
voor de duur van zes uren actief zijn per dag,
b - waarin men zorg
draagt voor de eigen aard en het lichaam met het zes
uren slapen per dag en men
c - zorg draagt voor de
persoonlijke meditaties losstaande van de omgang die
men heeft in de vereniging, de kerk, de moskee of de
tempel.
De religiositeit bestaat uit het talent je
oorspronkelijke aard en verantwoordelijkheid terug te
vinden. De natuur en de natuurlijke tijd is de vorm
van God die je aanbidt in de privésfeer. De
meeste mensen mediteren op de tv om een hart te hebben
voor de verhalen van de wereld en betrokken te zijn
met wat er gaande is. Er komt niet veel ego bij
kijken, men mediteert op de universele gedaante van de
Heer zogezegd in de vorm van Zijn diversiteit in de
wereld, met in het achterhoofd de stille hoop dat de
lieve persoon van God zijn tweearmige gedaante voor je
zal manifesteren als je vriend in de strijd des
levens. Men is bevrijd, vindt zijn toewijding, in het
hierna besproken S-veld van de club van je voorkeur,
maar men vindt verlichting in de privésfeer
waarin men de verantwoordelijkheid voor zichzelf
aanvaardt en men afstand neemt van de wereld. Dit kan
alleen stabiel worden gerealiseerd bij de genade van
de controle van een klok die op de zon is ingesteld
(zie de tabel achterin zowel als de tempometer op
theorderoftime.org). Zonder dat zal het
karma-tijdsysteem dat je in je opneemt middels de tv
en de politieke treintijdenklok je te pakken nemen met
een soapserie b.v. of een film die je te laat nog uit
wil kijken. De tv is een communicatiemiddel met vele
voordelen, maar kan ook, de cycloop zijn, het monster,
dat je opsluit in huis - zoals Odysseus was opgesloten
in de grot - in een vals idee van eenheid, van
vervreemding, eenzaamheid en illusie. Aldus kan je dit
privébelang uitleven voor maximaal zes dagen
per week, maar de zevende dag moet je van respect zijn
voor het C-veld van de sociale cakradagen.
Gehuwde mensen
moeten er voor zorgen dat ze ten minste
één avond vrij maken om een goede tijd
te hebben met het gezin en vrijgezellen moeten ten
minste één dag in de week een avond
thuis doorbrengen met een vriend of vriendin, een
verwant of een ander vertrouwd iemand of, het zonder
hen stellend, ten minste de tv één dag
afzetten om tijd voor zichzelf te vinden in een
innerlijke vereniging met behulp van een goed boek
b.v. Dit zijn de P-dagen op de cakrakalender die
nimmer samen vallen met de C-dagen van het de stad
ingaan. De cakrakalender is de kalender die de orde
van de maan geprojecteerd op de zonnekalender
weergeeft. Ook moet je op de vijftiende dag dit veld
behartigen maar dan zonder het materiële
ondernemen van het verrichten van arbeid. Dit is een
dag van extra studeren en vasten in de
privésfeer waarop je met je schema's
terugschrikkelt naar de dynamiek van het universum.
Doe je dat niet dan ligt je levenstempo te hoog t.o.v.
de orde van de maan met 52 i.p.v. 48 weken in het
jaar.
Vrije
associatie
3) C
(van cakra - kâma). Vervolgens spaar je
je vakantiedagen niet op tot een 'dertiende maand' van
vier weken waarin je dan luiert op een buitenlands
strand aan het eind van het jaar dat je werkte. Deze
afdeling van de lust van een natuurlijk,
ongeregeld bestaan vrij van culturele dictaten, wordt
geregeld met de zevende en de veertiende dag van de
cakrakalender.
Ze zijn ongeveer ingesteld op de orde zoals we die
hadden met de afgeschafte romeinse, juliaanse kalender
met zijn signaaldagen van een solaire ides, kalends en
nones. De cakradagen of vakantiedagen gespreid over
het jaar zijn er voor de regulatie van je lusten. Je
gaat zogezegd met de hond wandelen in de stad en laat
het beestje op een natuurlijke manier zijn rondje
snuffelen. Dit bouwt en onderhoudt de gemeenschapszin
en zo maak je dan met de sociale cakradagen
vrienden.
Spirituele
associatie
4) S
(van spiritueel - moksha). De bevrijding is
tenslotte geregeld met de maankalender op de
signaaldagen van de astronomische maanfasen die
contrasteren en nooit samenvallen met de specifieke
B-dagen ervan. Op deze spirituele en/of sportieve
S-dagen in het clubveld maakt men een studie
van de fixaties. In de vorm van boeken en liederen,
maar ook in de vorm van verenigingen als de sport van
je voorkeur, acht men de rituelen van de gefixeerde
routines die men er op nahoudt met het oefenen van het
respect; het respect dat nodig was om terug te keren
naar het begrip van de ether dat werd vastgelegd door
de spelregels, het heilige boek of een andere fixatie,
zoals b.v. een vaststaande wandelroute. Aldus ben je
bevrijd van alle materialistische beslommeringen,
aangezien je het niet waagt op deze dagen om toe te
voegen aan, iets te veranderen of het elders te
zoeken. Maar vergissingen mag je altijd rechtzetten.
Dit zijn je feitelijke zondagen van niet naar je werk
gaan voor het geld of om een ander resultaat te
behalen. Je maakt je er dan alleen maar druk over om
samen te komen om je te herinneren hoe het allemaal
behoort te zijn in het dharma, de oorspronkelijke
plicht naar de aard van de ziel, in het met de moksha
bevrijd zijn van dat karma, de last, het kruis dat je
draagt in het zakelijke veld.
In het kort stellen we:
het zaken- en verenigingsleven brengt met de maan de
deugd van de belangen van het financiële en de
bevrijding in evenwicht; en het private en het sociale
egobelang brengt met de zon het deugdzaam zijn met de
belangen van het religieuze en het lustmatige in
evenwicht. De vijftiende dagen zijn er om te vasten en te
studeren en de tweemaandelijkse schrikkeldagen om
feestelijk te zijn. Je normale werkdagen moeten, zoals ik
al zei dus, in evenwicht worden gebracht met het voor de
duur van twaalf uren actief zijn voor jezelf en voor
anderen en een gelijk aantal uren van rusten en mediteren
voor de andere helft van de dag. Als je niet zo
systematisch bent, en faalt in het respect voor de
regulerende beginselen, zal je door de cycloop worden
verslonden, het eenogige monster dus van de
commerciële tv-tijd van het karmische systeem dat
jou als zelfverwerkelijkend individu diskwalificeert.
Begrijp goed dat dit schema maar een richtlijn is; als je
andere deelnemers hieraan uit de weg wilt gaan moet je
alles een dag later plannen b.v., maar als je iedereen
ervan en ermee wil tegenkomen, ook iedereen die op een
andere golflengte zit, dan is dit de manier.
Vedisch equivalent:
purushârta's
bestaande uit artha, dharma, kâma,
moksha.
Zie verder ook:
De
velden van handelen intern en
extern; De
cakra-orde;
de html-pagina
van de veldentabel.
Cakra-orde,
de orde van het 'wiel' van het universum, is de orde die
wordt gedefinieerd door de orde van de zon, d.w.z. de
gregoriaanse kalender met zijn data verdeeld in 12
zonnemaanden en vierentwintig halve maanden van vijftien
dagen - twee weken plus een schrikkeldag- aan de ene
kant, en de orde van de maan, zoals gedefinieerd door de
signaaldagen van de maanfasen, aan de andere kant.
Integraal onderdeel van deze orde is de Tempometer,
de klok die naar de zon loopt. De cakra-orde definieert
het bewustzijn dat men natuurlijk noemt. Het staat
tegenover het bewustzijn dat men cultureel noemt, ofwel
gedefinieerd wordt door de tegennatuurlijke ritmen van de
lineaire weekorde en de standaardtijd-klok die samen, in
een materialistische filosofie van leven op pragmatische,
economische gronden, het principe weerstaan van het
schrikkelen zoals men dat wel toepast op het zonnejaar en
de zonnemaand. De cakra-orde is van fundamenteel belang
voor het uitbalanceren van iemands leven in de velden van
handelen en het tegengaan van de instabiliteit van
iemands culturele tijdbewustzijn ofwel van iemands
psychologische
tijd. De
cakra-kalender
geeft de weekorde ingesteld op de zon weer met daarnaast
de maanorde.
Causaliteit
Het was de griekse filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.)
die in zijn Fysica vier verschillende vormen van
causaliteit onderscheidde: naar de substantie,
zoals in 'het brons gaat aan het bronzen beeld vooraf',
naar de bepalende vorm zoals in 'de vorm een paard
is essentieel voor alle paarden en er de oorzaak van dat
we ze zo noemen', naar de doener zoals in 'de
kunstenaar vormt de oorzaak van zijn schepping' en de
causaliteit van de norm zoals in 'ik wandel voor
mijn gezondheid en dat vormt de oorzaak van mijn
wandelen'. In de vedische logica vinden we alle vier deze
vormen van causaliteit terug in de vorm van de
purusha als de ziel, de essentie van de
persoon als beginsel van de schepping, die in de
schepping aan het ego vooraf gaat als de substantie
ervan, in de avatâra, de god die de
vorm van de mens aannam en zo bevrijdde, in
kâla als de doener die alles beweegt, schiep
en conditioneerde en in dharma, de norm van
de noodzaak van de gerechtigheid van God die de oorzaak
vormt van de vroomheid en de vrome persoon van kennis. Zo
ook is dan filognostisch ook niet zonder meer gezegd dat
(normatief) enkel de religie ofwel het dharma
leidt tot de wetenschap van de spirituele persoon,
aangezien omgekeerd de purusha ofwel de
(oorspronkelijke) persoon van kennis er zelf ook weer de
oorzaak van is volgens de illusie van de (substantieve)
causaliteit die we hier dan lineair aanhouden. Zo ook is
de avatâra er telkens weer opnieuw als een
boom van kennis waaraan (formatief), zoals vanaf de
index-pagina
van de site,
alle filosofie, spiritualiteit en religie met Hem als de
stam en kern ontspruit en is er ook het onpersoonlijke
van de spiritualiteit in relatie tot de tijdfactor
kâla die, zoals aangewend in de op zichzelf
staande artikelen van de site bij dit boek, de
(constructieve) oorzaak van het intuïtieve leren
vormt. Zo kent de filognosie dan
verschillende
vormen van opeenvolging naar emanciperen en
ervaring opdoen
(zie ook logica
en de interne
velden, als ook
ronde
zestien over logica en
causaliteit).
Denken:
(Sanskriet:
manas) het innerlijk of psychisch overwegen van
belangen en inzichten, met auditieve of visuele,
persoonlijke of onpersoonlijke, concrete of abstracte,
voorstellingen of cognities naar een zekere logica of
methodische orde van afweging, een denkmodel of een
bepaalde causaliteit; de rede of het verstand inzetten;
voorgestelde communicatie; associatie van denkbeelden met
of zonder peinzen en piekeren om het richting te geven
terwille van een resultaat, een oplossing, een verschil,
een overeenkomst of een oorzakelijk verband; de mentale
sturing voor het lichaam vanuit bepaalde motieven, dan
wel de respons op zintuigelijke prikkeling. Het
resultaat, in de vorm van intern waargenomen geluid in de
ether, gebaseerd op het zich identificeren met het
lichaam, ofwel het valse ego. Het resultaat in
hersenactiviteit te meten van het niet in het hier en nu
georiënteerd of gesitueerd zijn van de geest. Het
niet gestuurde denken, d.w.z. het niet tijd-bewust
mediterende, contemplerende, dan wel godsbewust biddende
denken, loopt, zich hechtend aan materiële zaken,
met de erbij behorende verlangens op gedachten uit van
lust, woede en vrees, waarna met het als gevolg daarvan
verbijsteren van de geest er een staat van illusie tot
stand komt en er zo sprake is van intelligentieverlies.
Gedachten kunnen ook in het bewustzijn opborrelen als
gevolg van het vrijkomen, het zich herinneren, van
verdrongen of vergeten denkinhouden, zowel door
intuïties als door ervaringen. Het opgeven van
verlangens zal alleen het denken tot vrede brengen als
het wordt gestuurd terwille van een vorm van dienst aan
het belang van de ziel. Volgens de rationele filosofie
vormt denken het bewijs van een persoonlijke existentie.
Volgens de filognosie,
is het denken behalve het voorgaande ook een vorm van
waarnemen in de zin van het ontlenen van indrukken of
intuïties aan een zesde zintuig, een basis-element
van het bestaan nauw verbonden met het verbindende
element van de ether, dat eensluidend functionerend met
of zonder mantra's een basis vormt voor spirituele
vereniging (mantra wordt vedisch afgeleid van
manas en trâyate: de geest bevrijden;
zie ook geest,
ziel,
God,
meditatie
en hety emancipatiebegrip
waarin het authentieke en zelfverantwoordelijke denken in
feite een einduitkomst van het negenvoudig process van
opklimmen tot en dienen van je ware zelf is.)
Disciplines:
de disciplines worden de sadhanas genoemd in
de
vedische referentie.
Ze bestaan uit de drie basisdisciplines van het omgaan
met:
de feiten - wetenschap en filosofie (vedisch:
brahman);
de discipline van het omgaan met de principes -
spiritualiteit en analyse (vedisch:
paramâtmâ);
de discipline van het omgaan met de persoon - het
persoonlijke (religieus, profaan) en de politiek
(vedisch: bhagavân).
Ze vormen de basis voor het zesvoudige van de zes visies
of filosofieën van de filognosie.
De drie disciplines zijn in
de filognostische
bekentenis
geassocieerd met de drie basismiddelen der kennis of
basis-elementen van de natuur, van de schepping: de
ruimte (ether, het onpersoonlijke), de materie, (het
lokale) en de tijd(persoonlijk in de zin van een zekere
conditionering;akasha, prakrti en
kâla).
Vedisch equivalent: trisâdhana; besproken in
S.B. 1.2:
11 (Zie ook
onder: leraren
en
emancipatie).
Ego:
het bewustzijn van een zelf. Het begrip van een ik. Het
wordt onderscheiden van een ziel als potentieel zijnde
zonder een geweten. Het wordt vaak vals genoemd als het
ik geïdentificeerd is met de materie. Het ware van
het ego wordt gevonden in de zelfrealisatie van de ziel
die gerijpt naar zelfverantwoordelijkheid niet langer
afhangt van een plaatsvervangende autoriteit. Het is de
zetel van de angst daar de geneigdheid zich te
identificeren met de materie de garantie is voor
mislukking aangezien niets materieels zijn vorm voor
eeuwig behoudt. De notie van een superego heeft
betrekking op een sociale constructie van gedragsregels
die de maatschappelijke werkelijkheid rondom een ideaal
ik moet definiëren.
Er is filognostisch sprake van een
cultuur-neurotisch ego als door een gebrek aan verschil
in de culturele tijd er een vals ego ontstaat dat
krampachtig, op zoek naar een identiteit, zich
identificeert met zaken van relatief belang en zo
verschil wil maken naar plaats en tijd, waar dat van
nature - naar leeftijd, roeping, functioneren en ervaring
- niet nodig is: de identieke tijd of gelijktijdigheid
als identiteitscrisis (identieke-tijds-crisis; zie ook
tijd-filosofisch).
Emancipatie:
het proces van de geleidelijke verheffing van of
bevrijding in dienst aan de ziel. Materieel bezien
betekent het een gelijke te worden overeenkomstig een
zekere standaard van beschaving. Spiritueel heeft het
betrekking op het proces van geleidelijke bevrijding
beginnend met luisteren, praten en herinneren eindigend
in vriendschap en ten slotte overgave aan de dictaten van
de ziel (afb.).
Filognostisch houdt het het internaliseren van het gezag
van de verschillende leraren op wetenschappelijk,
spiritueel en religieus gebied in. Emancipatie is zo het
ontwikkelen van toewijding in relatie tot de verlichting.
Deze bestaat uit negen activiteiten die het resulaat zijn
van het combineren van de drie verschillende vormen van
het je verenigen in je bewustzijn (in de kennis, de
arbeid en het vrijwilligers dienen) en de drie
disciplines (van het persoonlijke -de tijd-, het
onpersoonlijke -de ether- en het lokale -de
materie).

Een meer klassieke
verdeling in overeenstemming met de vedische formulering
is die zoals weergegeven in de filognostische
afbeelding
ervan.
Stadia van ontwikkeling
in toewijding, de emancipatoire activiteiten ervoor en
het vedische equivalent.
Ether: een
chemische stof bekend als 1) dimethylether CH3-O-CH3, 2)
een term doorgaans gebruikt om het medium van de radio
aan te duiden, en 3) klassiek gezien het element van de
geest. Hieronder de overwegingen betreffende de tweede en
de derde klassieke definitie.
Historisch: een
klassieke term voor het medium van de geest. Volgens de
oude Grieken was het de substantie waaruit het licht
voortkwam. In de griekse mythologie is de god Aether de
ziel van de wereld. Dit wordt door de vedische cultuur
onderschreven waarin de ether als de hemel ook wel
akasha wordt genoemd, het element dat het
vijfde deel van de schepping vormt na vuur, aarde water
en lucht. De Hoogste persoonlijkheid van God in de
vedische theologie mag, volgens de Bhâgavata
Purâna 11.5:
19
b.v., worden beschouwd als de personificatie van de
ether en mag als een element worden beschouwd als de
vertegenwoordiging van de superziel, zoals bij de
Grieken. De Chinezen, met name de neo-confucianisten,
noemen de ether qi en zien het als de basis voor
het ontstaan van de schepping en als datgene waarin die
ook weer oplost. Naar de weg der menselijke deugd moet
volgens hen de vertroebeling van de ether worden
opgeheven.
De moderne
natuurkunde hierover in debat: in de moderne tijd,
bouwde Einstein zijn theorie op basis van de ontkenning
van de ether aangezien die nog niet zo makkelijk kon
worden bewezen middels een experiment. Aldus formuleerde
hij zijn theorie van de constanten, de zogenaamde
relativiteitstheorie die hij zelf liever een 'theorie van
invarianten' noemde. Een theorie inderdaad, daar iets wat
moeilijk te meten is, nog wel kan bestaan. Zo vormen dan
variaties in de snelheid van het licht gevonden in een
experiment een aanduiding voor een vast referentiekader
als de ether. Sedert Einstein zijn theorie had geopperd,
zijn er twijfels geweest onder natuurkundigen of de
snelheid van het licht in de lege ruimte nou wel zo'n
absolute constante is. De klassieke filosoof Herakleitos
zei dat in principe alles in beweging is, dat alles
stroomt (panta rhei) en de latere filosoof
René Descartes stelde dat de lege ruimte niet
bestaat, daar volgens zijn zeggen alles in de kosmos
verbonden is met krachtvelden. Aldus, met voor ogen de
sterren die hun plaats behouden terwijl ze ronddraaien in
het sterrenstelsel, is het moeilijk het krachtveld te
ontkennen van de melkweg die ze bijeenhoudt en
mogelijkerwijze de snelheid van het licht beïnvloed.
Ook kan, zoals werd aangetoond door moderne experimenten,
licht sneller gaan, b.v. laserlicht onder speciale
omstandigheden. En zo is, ernst makend met het bewijs dat
de lichtsnelheid alzo niet altijd constant is, het feit
dat de sterren zich rondbewegen in de melkweg en het
inzicht van mogelijke en plausibele nieuwe verklaringen,
van b.v. Maurizio Consoli, wat betreft het Michelson en
Morly experiment om de ether te meten, het bestaan van
een gefixeerde achtergrond door middel van theorie en
observatie bevestigd. De vaststaande achtergrond kan
inderdaad worden beschreven middels het begrip van de
ether, ofwel door het idee van de ether als een effect
van de zwaartekracht in ons sterrenstelsel, het effect
dat de ruimte ervan definieert. Anders gezegd leidt deze
theoretische positie tot het idee dat de ether ons
leven is, dat de ether, via de conditionering aan de
cyclische tijd die ermee is verbonden, met name bepalend
is voor ons geestelijke en materiële leven. Om die
reden spreken we als we ons verhouden tot dat krachtveld
en we onze geest ervaren in die sfeer over het 'geluid in
de ether', zoals het klassieke hindoe-geschrift de
Bhagavad Gîtâ dat bevestigt. De geest aldus
bezien, ontspringt aan de ether in ons
geïdentificeerd zijn met het cyclische van de timing
van onze materiële levens en vindt anderzijds zijn
rust weer in de meditatieve expansie van ons zielen
onthechtend met de tijdruimtelijke oer-ether.
Hoewel Einstein op grond van de
absolute lichtsnelheid en zijn speciale
relativiteitstheorie opgevoerd wordt als zijnde de
aanstichter van de weerlegging van de ether als een
bestaand element, zit de zaak toch iets anders. Einstein
kwam later in 1920 terug op het onderwerp van de ether
dat hij toen omschreef met 'according to the general
theory of relativity space is endowed with physical
qualities; in this sense, therefore, there
exists an ether.' Zijn idee van de ether als
zijnde de ruimte met eigenschappen van zwaartekracht, is
relativistisch i.t.t. tot dat van H. Lorentz die meer
uitging van een absoluut begrip van de tijd met de ether.
Einstein's inzicht leidde tot het idee van het bestaan
van verschillende vormen van ether die historisch terug
te vinden zijn in de drie vormen van Vishnu, te weten
Garbho- Kârano- en Kshirodakas'âyi Vishnu
(Satvata Tantra), welke de drie representaties van
de ether van de tijdruimte, de galactische ruimte en de
gekromde ruimte van materiële objecten als planeten
en sterren voor zich vormen. De eerste, de
tijdruimtelijke ether, is expansief lineair, de tweede,
de galactische, is contraherend, cyclisch en creatief, en
staat bekend als 'Schepper', 'Iets' of de 'Kracht' en de
derde, de planetaire of lokale ether, is
electromagnetisch bepaald door de eigenschappen van het
object in de ruimte en staat ook wel bekend als de
radio-ether. Het inzicht van Lorentz wat betreft de ware
tijd van de cyclische natuur met de ether helpt ter
bevestiging van de filognostsche stelling dat als de
klokketijd samenvalt met de ware tijd, dan de
instabiliteit van de tijdervaring of de psychologische
tijd ten einde is (zie ook de definitie
van de tijd).
Zo dienen Einstein en Lorentz filognostisch niet elkaars
weerlegging, maar dienen ze, beiden voor de ether, ter
ondersteuning van filognostisch verenigbare argumenten.
Wat echter sneuvelt in dit debat is de constante
lichtsnelheid in een vacuum.
Zo moet dan
samenvattend filognostisch, d.w.z. de kennis
liefhebbend, worden gezegd: de ether, als het effect van
het krachtveld van het sterrenstelsel, de tijdruimte en
de gekromde ruimte, welke een gefixeerde achtergrond
vormt die mogelijk van invloed is op de lichtsnelheid,
bestaat op grond van klassieke overwegingen zowel als op
grond van de rede en de logica, en het waarnemen van de
orde van de sterren die ronddraaien in de melkweg (de
universele ether), de roodverschuiving van het spectrum
van sterrenstelsels (de oer-ether) en de lens-werking van
zwaartekrachtvelden rondom sterren (de lokale ether); een
bestaan dat wo9rdt bevestigd door de omschrijving van
Einstein en de natuurkundige interpretaties van de
verrichte experimenten. Aldus vormt de ether, in het zich
verhouden tot de cyclische tijd, een haalbaar paradigma.
Dit filognostisch paradigma wordt verdedigd op deze site,
als het verenigende idee van de gecombineerde cyclische
natuurlijke tijd, de expanderende tijdruimte en het
stabiele zelfbewustzijn van het hebben van een ziel van
evenwicht - of getuige zijn van de tijd - ermee, dat als
een denkmodel wetenschappelijk, spiritueel en persoonlijk
correct gerespecteerd, zowel ruimte biedt aan de
klassieke filosofie en de theologie, als aan een
analytische, artistieke en spirituele vereniging, als ook
aan een recht-toe-recht-aan empirisch waarnemen,
theoretiseren en experimenteren in mechanistische zin. In
feite zijn de twee schijnbaar tegenstrijdige afdelingen
van de methodische wetenschap en de religieus gekleurde
en retorische politiek in onze culturen verenigd als we
met de aanname van een filognostische, ofwel syncretische
spiritualiteit zonder speculaties, niet langer het
bestaan van de ether ontkennen.
Conclusie: het
begrip van de ether zoals bekend van de klassieken
impliceert een nieuw paradigma voor de cultuur van de
eenentwintigste eeuw die stelt dat, na het geocentrisch
denkmodel van Ptolemaeus en de heliocentrische denktrant
die we er sindsdien op nahouden met Galileo Galilei, er
de orde van het leven en het denken is zoals afgeleid uit
het galactocentrisch zich verhouden tot zich verhouden
tot de gefixeerde achtergrond van het krachtveld van de
planeet en de ster, het sterrenstelsel van ons universum,
en al de sterrenstelsels van de kosmos die tezamen de
werkelijkheid van de ene, maar verdeelde, ether vormen,
de Kracht zogezegd. Het is om die reden dat de
Hindoes spreken van de berg Meru waarop de schepper
Brahmâ zich bevindt in het midden van het
universum. Sedert wij foto's maakten van deze berg van
sterren in het midden van de melkweg zich ophopend rondom
het zwarte gat ter hoogte van Sagittarius A, is de
Bhâgavata Purâna
5.16: 7,
die hem omschrijft als zich naar boven even zover
uitstrekkend als naar beneden, in het geheel niet zo
allegorisch meer.
Implicaties: met
de aanname van de volledige werkelijkheid van de ether,
die altijd al gerespecteerd werd in spirituele en
religieuze oefeningen naar het cyclische van de tijd,
moet, dat in praktische zin wensend als een algemeen idee
van burgerlijke orde en nuchtere cultuur, in de
meditaties op de kosmische, tijdruimtelijke expansie
ermee, de ether tevens als een stabiele tijdbasis in
gedachten worden gehouden voor b.v. een z.g.
cakrakalender. Men krijgt dan, naast het respect voor de
orde van de zon en de maan, b.v. verjaardagen gevierd met
aandacht voor de precessie van de equinox - de sterren
schuiven ieder jaar zo'n twintig minuten verder door op
de kalender -, en/of een dag ingesteld op het centrum van
de melkweg waarop we ons het dichtst bevinden bij dat
draaipunt, zodat er van een galactische nieuwjaarsdag
sprake kan is (in 2000, 0 uur 6-7 juli). De ether als de
stabiele tijdbasis leidt ook tot de notie van 1) de
tempometer (zie daar) als een verbetering op de
standaardtijdklokken, en 2) een deregulering van die
wettelijke tijdregelingen die de natuurlijke orde van de
cyclische tijd weerstreven. Zo in de cultuur, en verder
vanzelf dan ook in het onderwijs, gerespecteerd,
weerspiegelt het begrip van de ether dan het belang van
de persoonlijke en collectieve integriteit van het
wetenschappelijke, spirituele, religieuze, en dus ook het
politieke van een waarachtige strategie van cultuurbehoud
en orde in relatie tot de natuurkrachten, in dit boek de
filognosie genoemd: de rechtstreekse liefde voor de
kennis in culturele volledigheid.
Filognosie:
betekent
letterlijk: liefde voor de kennis. De term wordt gebruikt
in contrast met de term filosofie om aan te geven dat
niet enkel de liefde voor de wijsheid en haar
ontwikkeling het doel is, maar meer de liefde voor de
kennis, de christelijke spirituele kennis of gnosis zo u
wilt, zoals ze is in haar geheel. De filognosie vormt een
inclusieve manier van denken die niets probeert uit
sluiten. Praktisch gesproken impliceert de term het
teweegbrengen van eenheid en harmonie van bewustzijn op
het gebied van de feiten (methode/ wetenschap), de
principes (analyse/spiritualiteit) en de persoon
(persoonlijk/politiek) middels
contemplatie, vertoog en dienst aan de natuurlijke orde
van de tijd in samenhang met de ether, als de methode
voor het bieden van tegenwicht tegen de moeilijkheden van
het niet weten
(zie ook de
instructie-site
Filognosie).
Geschiedenis. De
filognosie, opgezet door Aadhar (René
P. B. A. Meijer)
begon als een meditatie-oefening in een New Age centrum
in het begin van de negentiger jaren in Enschede, in
Nederland. Later ontwikkelde het, met name op het
internet, de status van een leidraad in de
wetenschappelijke, spirituele en religieuze hervorming in
het algemeen, die is gebaseerd op de vedische kennis
zoals doorgegeven vanaf de indiase filosoof en wijze
Vyãsadeva, die ruim vijfduizend jaar geleden
leefde. Aadhar vertaalde het S'rîmãd
Bhãgavatam
gewetensvol, indachtig zijn voorganger in Nederland
S'rî
Hayes'var das
(H. v. Teylingen), en presenteerde het heilige boek op
het internet. De filognosie als zodanig vormt zijn
commentaar en uitleg van de vedische kennis die een rol
speelde in het hervormen van zijn leven naar de waarden
van de yogafilosofie in engere zin en, met achting voor
het hele veld van het westerse, wetenschappelijke denken,
de spiritualiteit en de door de persoon bepaalde politiek
in een ruimere zin.
Klassieke
referentie. De
klassieke referentie voor de indeling wordt gevormd door
de zes darshana's of visies waar de indiase
filosofie uit is opgebouwd die de basis vormt voor de
structuur van de kennis van de Bhâgavata
Purâna
van Vyâsadeva. Naar de filognostische versie van
het zesvoudige van de filosofische methode, de
paradigmatische wetenschap, de kunstminnende analyse, de
overstijgende spiritualiteit, het religieus geassocieerde
persoonlijke en het politieke van commentaren en tot
compromis bereidde aanpassingen, is het zo, zoals dat is
met de oorspronkelijke darshana's, dat de visies
gemeenschappelijk hebben:
- 1) Het begrip van
een bewust en continuerend zelf of een
ziel.
- 2) Het begrip van
het kruis of de werklast te dragen door een individu,
familie of volk.
- 3) Het perspectief
van een oplossing van bevrijd zijn in
dienstbaarheid.
- 4) Het onderkennen
van de autoriteit van een gevestigde cultuur van
schriftuurlijke referentie.
In de westerse
filosofie vinden we bij D.
Hume in zijn
Verhandeling over de Menselijke Natuur (I.III-1
- Over kennis) een zeven-deling waarmee min of meer
de filognosie kan worden beschreven als de
identiteit van de gelijkenis in
filosofische overwegingen wat betreft de natuurlijke orde
van de relaties van tijd en plaats, waarbij de
verhoudingen van kwantiteit, het getal, de
schoonheid en de kunst van de analyse, in combinatie met
de kwaliteit van het niveau van overstijging en
verbondenheid in verzaking, leiden tot de
oorzaak-en-gevolg-redeneringen in de religie en de
biografie van de persoonskunde, zodat uiteindelijk de
tegenstelling van de politiek van maatschappelijk
verantwoording nemen wordt bereikt. Met die politieke
tegenstelling is de filognost,
i.t.t. de zich eenzijdig identificertende
materialist,
dan verenigd in zijn bewustzijn
van de dualiteiten. Hij overziet de structuur, de
samenhang ervan. Uiteindelijk is de filognost een
yoga-beoefenaar
met als motto: 'eenheid in verscheidenheid'.
Politieke
relevantie. De filognostisch gevonden tegenstelling
tussen politieke partijen en kiesgroepen
vormt de sociale en persoonlijke afspiegeling van de
speurtocht naar de integriteit van:
- 1) Het
evenwicht tussen de volheden van het fortuin en de
zes basisvisies die ook het materialisme met de erbij
behorende strijdigheid van het ego der materiële
compensatie en duisternis definieert.
- 2) De deugd
van de kwaliteit versus de kwantiteit in de
interne en externe velden van handelen.
- 3) De
vertegenwoordiging van het persoonlijke versus het
onpersoonlijke t.o.v. de bron der kennis in de vorm
van de leraren.
- 4) De
identiteit van status en beroeps-oriëntaties
en graden van ervaring waarmee het spel van de
maatschappelijke orde wordt gespeeld door een ieder.
Het gaat er kort gezegd
politiek in de filognosie dus om het evenwicht van de
deugd van de vertegenwoordiging van de identiteit te
vinden.
Etymologie: Het
woord filognosie is afgeleid van het griekse woord filo -
liefde en gnosis - kennis. Aldus de betekenis van de term
in de zin van liefde voor de kennis.
Filosofische
klassificatie: filosofisch kan de filognosie worden
gekenschetst als naturalistisch idealisme.
Vedische
equivalent: De spirituele kennis van de filognosie
komt het meest overeen met de term âtmatattva;
hetgeen letterlijk het principe, of de werkelijkheid van
de ziel betekent, die ook wel als de spirituele kennis in
het algemeen wordt omschreven.
Logo: Symbolisch
weergegeven ziet, naar aanleiding van de
bede der filognosie,
de integriteit van het filognostisch streven er zo
uit:
Zie verder:
- De definitie van het materialisme,
waarin de filognostische definitie een centrale ordenende
rol
- Filognosie
of de Orde van de Tijd
- Hoe jezelf op de agenda te zetten? Een goede inleiding
in het veld van de filognosie wordt gevormd door de
inleidingen en de synopsis van de verschillende secties
van de site De Orde van de Tijd.
- Filognosie
- basis instructie site die defenities biedt, de z.g.
ronden, filognostische kunst, een lijst van basistermen
en meer.
- De
Filognostische
Bekentenis - de
basisbeginselen van de filognostische strekking in 170
artikelen.
- Zie ook De
Kleine Filosofie van de
Vereniging
- waarin de implicaties van de filognosie voor het
politiek bedrijf aan de orde komen.
- De hypocrisie
als men niet integer is met de velden, de burgerdeugden
en de principes.
- GameWiki-pagina
over de filognosie.
Filognosten:
mensen geassocieerd in de toewijding van de filognosie.
Er zijn er, naar gelang de graden van ervaring of
betrokkenheid, drie soorten: de beginners, de gevorderden
en de erkende of 'zuivere' filognosten. Hoewel de
filognosten gewoonlijk worden aangetroffen onder de
toegewijden van de tradities, de gelovigen,
vertegenwoordigt de filognost het respect voor en de
integratie van al de negen leraren.
Na een jaar van omgaan met ervaren filognosten, onder
leiding staande van een zuivere filognost, kan men worden
ingewijd in de status van een ervaren toegewijde door het
afleggen van de gelofte: 'waarachtig en gewetensvol
beloof ik te zullen delen en te helpen'. Bij die
gelegenheid kan men ook zijn 'bijnaam', of geestelijke
naam, bevestigd krijgen die staat voor iemands stijl van
omgang hebben zoals dat te zien is in de filognostische
betrokkenheid.
Vedische referentie:
Adhikâri;
Beginner: kanishthha, gevorderde: madhyama
en uttama, een zuivere toegewijde. Zie ook
de
afbeelding en
de filognostische
bede en de
Filognostische
Associatie.
Galactisch
jaar: jaar
beschreven door één draaiing van de aarde
om de zon in verhouding tot het centrum van de melkweg
(gelokaliseerd in Sagittarius A). Dit jaar is eigenlijk
een galactische dag want het duurt ongeveer 226 miljoen
jaar voordat ons zonnestelsel één keer echt
een jaar heeft rondgedraaid om het centrum van de
melkweg. Het galactisch jaar is van belang i.v.m. het
respect voor de ether en het cultuur- en persoonsbehoud
ermee op lange termijn omdat ze in zo'n 71 jaar slechts
één dag verschuift vooruit op de kalender
(zie galactische
tijdpagina's).
Geaardheden.
Er zijn drie geaardheden. Ze staan voor de
graden
van ervaring van een speler in het
Spel van de Orde.
De drie graden zijn: zelf-modus, ego-modus and
wijsheids-modus. De geaardheden vertegenwoordigen de drie
basis disciplines van de filognosie. Ze heten ook de
natuurlijke geaardheden die overeenkomen met de
hartstocht of de beweging, de onwetendheid of de
traagheid en de goedheid of de kennis. Een derde
overeenkomst is de drie verschillende vormen van
goddelijkheid ermee geassocieerd: het behoud, de
vernietiging en de schepping. Kies een geaardheid en surf
naar uw missie. Het vedisch equivalent heet
guna's
(zie ook afb.).
Geest:
het mentale van het zich gelijkrichtend ego, richting
en/of integriteit van het mentale; eveneens vergeleken
met programma. Beschreven als leven gevend en van een
zekere gemoedstoestand. Een manier van zien, een
conditionering. Men spreekt in het Nederlands ook wel van
het denken, de manier van denken en de verstandhouding
(zie verder onder denken
en een
artikel over de definitie van
spiritualiteit).
Gelofte:
De gelofte van de filognosie van 'waarheidlievend
en trouw beloof ik te delen en te helpen' is ontleend
aan de yoga-gelofte:
yama zowel als aan de basiswaarden
van de menselijkheid in dharma van de
bewustzijnsvereniging. Op deze waarden en op deze gelofte
dus, zijn de
spelregels van het Spel van de orde
gebaseerd (zie
ook bede,
principes,
artikel De
filognostische
bekentenis).
Gehechtheid:
de staat van geconditioneerd zijn aan een emotionele
voorkeur eveneens geassociëerd met een legale en/of
persoonlijke band. Weerstaat de logica en de rede. Wordt
beschouwd als de bron van de lust die aanleiding geeft
tot intelligentieverlies, woede, waanzin en ziekte.
Gehechtheid wordt gewoonlijk gezien als een zwakheid van
het ego leidend tot neurose ofwel ineffectief gedrag,
terwijl hetzelfde geassociëerd met de ziel wordt
beschouwd als beheersbare liefde die wordt vergeven en
begenadigd als een vorm van dienst aan God.
Gelijkrichten:
letterlijk betekent het je op één lijn
plaatsen met. De term wordt gebruikt om de positie van
het ego in overeenstemming met de waarden van de ziel en
de positie van de ziel in overeenstemming met de
werkelijkheid van het Ideaal(God) te beschrijven.
Synoniem daarmee zou je ook kunnen spreken van eenheid
zonder erin op te lossen, verbonden zijn zonder het
verschil te ontkennen, en rangschikken zonder een dubbele
standaard (engelse term: aligning) (afb.).
Gelofte:
de gelofte van de filognosie van 'waarheidlievend en
trouw beloof ik te delen en te helpen' is ontleend
aan de yoga-gelofte: yama (zie ook
bede,
waarden,
filognosten,
yoga,
visies),
zowel als aan de basiswaarden
van de menselijkheid in het dharma van de
bewustzijnsvereniging. Op deze waarden en op deze gelofte
dus, zijn de spelregels
van het Spel van de Orde
gebaseerd (zie ook principes
en bekentenis
artikel 167).
God:
meestentijds wordt God begrepen als zijnde een
persoon
van bovenzinnelijke aard, eveneens de Heer genaamd.
Aangezien verschillende Heren het belang benadrukten van
het feit God zelf niet te zijn maar juist de profeet,
zoon of leraar
van God, refereert de term onpersoonlijk gesproken aan
een mystiek alomtegenwoordig en aanbiddelijk Opperwezen
of Superziel. Wetenschappelijk schijnt de term te
refereren aan de macht (of ziel)
van de (alomtegenwoordige, alwetende en te respecteren)
conditionerende cyclische tijd
in samenhang met de ether,
of de 'Kracht', die de materiële structuur en het
bewustzijn bepaalt van ieder levend wezen. Het is
duidelijk dat God alles of iedereen kan zijn terwijl het
omgekeerde niet waar is, slechts een element zijnde en
niet de categorie. Aldus is God een Persoon, terwijl
tegelijkertijd de persoon God niet is (zie ook
afb.
van soorten goddelijkheid & afb.
van de volheden of weelde van God).
Er zijn
drie kenmerken van de goddelijkheid: behoud, schepping
en vernietiging (zie geaardheden)
Er zijn drie kwaliteiten: eeuwigheid (van de
constante getuige die de ziel
is), bewustzijn
(door de natuurlijke
orde van de zon, de
maan en de
sterren) en gelukzaligheid (van het doen van je plicht
- het dharma).
Er zijn drie schaduwen: dwaasheid door
gehechtheid, dictatuur door vals gezag en waanzin door
een gebrek aan discipline.
God kan filognostisch,
naar de graden van ervaring, ook worden beschreven als
het Zelf der zelven, het Ego der ego's en de Ziel van de
zielen. God als de Kracht of als 'iets' wordt
multicausaal begrepen als de verpersoonlijking van de
ether, of omgekeerd de ether als de afspiegeling van de
integriteit van de godspersoon (zie ook: geaardheden).
Graad
van
ervaring/betrokkenheid:
Er zijn, overeenkomstig de drie geaardheden
(guna's) van de natuur, drie
graden van ervaring
en betrokkenheid.
Allereerst is er met het ervaring opdoen in
het
Spel van de Orde
der emancipatie het zelf van het lichaam, dan is er het
ego van de identificatie en verantwoordelijkheid ermee,
en vervolgens is er de ziel of de wijsheid van de
intelligentie en de ervaring. Het zelf is van de
traagheid en onwetendheid met de materie of van het
bewustzijn ermee, het ego is er van het creatief zijn,
van de zelfgerealiseerde orde met de beweging in de
natuur, en de ziel komt in zicht met het zelfbehoud en de
goedheid in de kennis, bevrijd zijnd in de principes van
de menselijkheid. De ervaring wordt gekend als een zekere
mate van betrokkenheid: men is een beginner, een
gevorderde, dan wel een persoon erkend als zijnde ervaren
of wijs. Filognostisch is er positief- substantief naar
de persoon (purusha) redenerend eerst de
creativiteit van het ego (filosofie/wetenschap), dan de
zelfrealisatie in de verlichting der meditatie
(analyse/spiritualiteit) en dan de wijsheid van het
respecteren van de persoon en met een zeker commentaar
(religie/politiek). Normatief-subnstantief naar de
persoon redenerend is er in het Spel
van de Orde een
andere logica van opeenvolgen; dan gaat men van persoon
naar ego naar zelfrealisatie (zie causaliteit
en logica).
Hypocrisie: